Misschien begon het toen stilte niet meer mocht bestaan

Toen we elk leeg kwartier wilden opvullen,
analyseren, benutten en optimaliseren

Dat we toen, zonder dat we het merkten,

Op het punt kwamen dat we ons hart luchten
bij een gevoelloos algoritme

liever dan bij iemand die:
ziet hoe je ogen knipperen als je lacht,
hoort hoe je vingers kraken als je nerveus bent,
en aan je aanwezigheid voelt wat er onder woorden ligt.

Bij iemand voor wie het misschien niet gelegen komt.

Want het algoritme is er altijd.
Belt nooit op het verkeerde moment,
is nooit moe, afgeleid, geïrriteerd

En dus vouwen we onszelf op tot tekstballonnen
die vanzelf verdwijnen zonder betaald abonnement
En lossen problemen op met een antwoord
waar we al lang op hadden aangestuurd
Vertellen onze geheimen
aan iets dat geen verleden heeft, geen schaamte kent
en niets verliest als wij vertrekken.

We geven het onze data, gedachten, gewoontes
en krijgen een zorgvuldig ontworpen leegte terug.

Is dat wat we nodig hebben?

Mislukte zinnen, een verkeerde timing,
een te late reactie, het foute antwoord:
We zien het als een tweede keus.

Maar soms zou ik best wel een week willen wachten
om iemand te zien die precies zegt
wat ik niet wil horen.

Van iemand die niet mijn IP-adres kent,
maar mijn gezicht heeft onthouden.

En dat ik dan durf te zeggen:
Ik wil liever jou dichtbij. Dat heb ik nodig.